Muziek studies: Ladders en akkoorden

Hoe vind ik de juiste akkoorden bij mijn melodie? Elke melodie is opgebouwd uit een toonsoort, maar hoe vind ik die toonsoort? 

Veel popmuziek begint en eindigt op de tonica. De tonica is het akkoord dat je het gevoel van ‚thuis’ geeft. Het is een stabiel akkoord dat je direct zegt: dit klinkt goed en ik ga nergens heen. 

Naast de tonica, ook wel aangeduid met het Romeinse cijfer I, heb je ook nog de dominant en de sub-dominant. 

De dominant, aangeduid met het cijfer V, kan je zien als de tegenpool van de tonica. Het akkoord is gebouwd op de vijfde toon van de toonladder (in de toonladder van A zal dat de E zijn: A-B-C-D-E). Als je goed luistert naar de dominant hoor je dat hij graag wil oplossen naar de tonica. De spanning tussen de tonica en de dominant is de basis voor harmonische progressies in de meeste muziek. 

De sub dominant, aangeduid met het cijfer IV (of soms II), wordt vaak gebruikt om de afstand tussen de tonica en de dominant te overbruggen. 

De volgende stap is bepalen of je in een mineur of majeur toonsoort zit. Heel kort door de bocht: een mineur toonsoort klinkt droevig, een majeur toonsoort klinkt vrolijk. Echter zijn er tal voorbeelden waar dat niet geldt. 

Een mineurtoonsoort is opgebouwd uit de volgende toonafstanden: heel – half – heel – heel – half heel – heel 

Een majeurtoonsoort is opgebouwd uit de volgende toonafstanden: heel – heel – half – heel – heel – heel – half 

Het valt meteen op dat beide toonladders bestaan uit vijf hele tonen en twee halve tonen. Dat komt omdat ze in de essentie dezelfde toonladder zijn. Ze beginnen alleen op een andere plek. 

Dit wordt duidelijk als je de toonladder van C majeur op een piano speelt. Je gebruikt dan alleen de witte toetsen. Als je de toonladder van A mineur speelt gebruik je óók alleen maar de witte toetsen. In plaats van op de C begin je alleen dan op de A. 

Het schrijven van een goeie melodie en een mooie akkoordenprogressie heeft te maken met spanning en ontspanning. Een track wil niet alleen maar op de tonica blijven hangen. Die wil ergens heen om contrast te maken. Een goeie song speelt met variatie tussen de tonica, de dominant en de sub-dominant en alles daar tussenin. 

Naast de bekende mineur- en majeurladders zijn er veel meer soorten ladders. De bekendste zijn: 

Pentatonisch: Van het Griekse woord penta, dat vijf betekent. Deze ladder heeft maar vijf noten. Veel solo’s in de blues zijn in een pentatonische ladder. Een makkelijk te spelen pentatonische ladder zijn alle zwarte toetsen van de piano. 

Kerktoonladders of modes: een kerktoonladder heeft net als een mineur- en majeur toonladder zeven tonen, maar heeft telkens wisselende toonafstanden. 

Zigeunertoonladder: komt veel voor in oost-Europese muziek, heeft een melancholisch en smekend karakter. 

Uiteindelijk schrijf je een melodie vaak intuïtief, maar een bredere kennis van toonladders en harmonie zal je net dat extra zetje geven! 

Om meer te lezen over muziekstudies en hoe u het proces van het ontwikkelen, creëren en verfijnen van opgenomen muziek kunt verbeteren, bezoekt u onze kennisbankpagina over Music Studies Education.

EnglishFrançais