Muziek productie: Mixing met EQ

 

 

 

 

 

 

 

 

Als je aan 100 muziekproducers zou vragen welke tool ze het meest gebruiken zouden 99 van de 100 EQ noemen. Alhoewel equalizers (kortweg EQ’s) het meest gebruikt worden worden ze ook het vaakst verkeerd gebruikt. En dat kan leiden tot een slechte mix en slapeloze nachten. 

Met een EQ kan je het volume van een frequentie of frequentiegebied aanpassen. Op deze manier kan je ongewenste frequenties en probleemgebieden van een geluid verwijderen of juist bepaalde frequenties versterken. Dit doe je door middel van een cut of een boost, om zo een gebalanceerd geluid te krijgen. 

Een EQ verdeelt het frequentiespectrum in zogenaamde bands (stukken frequenties). Van laag naar hoog zijn dat dat: 

• Low cut filter (of high pass filter) 

• Low shelf filter 

• Bell filters (variërend per EQ heb je een vaststaand aantal bell filters of ben je niet gebonden aan een limiet) 

• High shelf filter 

• High cut filter (of low pass filter) 

Bij elke filter en band kan je een aantal parameters aanpassen. Met ‚frequency’ bepaal je welk gebied je selecteert. Met ‚gain’ hoe hard je boost of cut is. De laatste parameter ‚Q’ of ‚peak’ bepaalt hoe smal of breed het frequentiegebied is dat je selecteert. Een lage Q betekent een brede selectie, een smalle Q betekent dat je maar een klein gebied aanpast. 

Om te weten hoe je een EQ gebruikt moet je ook een beeld hebben van hoe elk frequentiegebied klinkt. 

Sub bass (20-60Hz) 

Precies genoeg sub bass geeft je track een krachtig gevoel. Te veel van deze frequenties maakt je track ongedefinieerd en modderig. 

Bass (60-200Hz) 

In dit gebied leven veelal instrumenten zoals kick drums, basgitaren en synth basses. Maar vergis je niet: veel andere instrumenten en geluiden zitten ook in dit frequentiegebied. Te weinig bass en je track klinkt kaal, te veel en het overheerst je volledige mix. 

Low mids (200-500Hz) 

In dit gebied zit de meeste kracht van je akkoord- en melodie-instrumenten zoals piano, synths, gitaren en vocals. Sterker nog, er gebeurt hier zo veel dat dit gebied vaak het meeste aandacht nodig heeft. Te veel low mids en je track klinkt modderig. Te weinig en je track mist power en warmte. 

Mids (500-1500Hz) 

Te veel mid frequenties geven je track een boxy gevoel. Te weinig en je instrumenten missen definitie en klinken dun. 

Upper mids (1500-5000Hz) 

Net als de low mids is dit ook een kritiek gebied van je mix. De attack van je gitaar, of de ‚crack‘ van een snare zit hier vaak. Zelfs de puntige ‚hit’ van een kick drum zit hier vaak. Te veel en je mix klinkt al snel schel, tot op het pijnlijke af. 

High end (5 kHz-12 kHz) 

Hier zit de ‚brilliance’ en het sprankelende gedeelte van je track 

‚Air‘ (12 kHz-20 kHz) 

Net als de sub bass hoor je deze frequenties minder dan dat je ze voelt. Deze frequenties kunnen een transparante high end toevoegen. 

Wat laatste tips: 

Houd je low end netjes, maar drijf niet door. Haal je te veel weg dan klinkt je mix al snel kaal. 

Net als je low end, wil je ook je high end opschonen. Niet alle instrumenten hebben hoge frequenties nodig! 

Om meer te lezen over muziekproductie en hoe u het proces van het ontwikkelen, creëren en verfijnen van opgenomen muziek kunt verbeteren, bezoekt u onze kennisbankpagina Music Production Education.

EnglishFrançais